“Ok, ik vind het spannend maar ik ga het wel doen”, zei ik tegen het hoofd van de

afdeling Personeelsmanagement.  

Buikpijn had ik ervan. 

Ik moest echt even rustig worden en ging shoppen. 

Niet echt een superslim idee, maar ik had het nodig.  

Ik stond op het punt om iets te doen dat ik nog nooit gedaan had en vond het

superspannend. 

 

Ik werd wankel en wist wat ik op dat moment nodig had. 

Hakken. 

Ik moest even stevig staan. 

Ik had mijn rode powerboots niet bij de hand. 

Deze powerboots trek ik aan als ik iets moet doen dat ik moeilijk of spannend vind of

iets dat heel erg groots is.  

Nou, die had ik dus even niet bij de hand. 

Dus ging ik shoppen voor hakken. 

Snel gevonden want ja kleur en model en zo maakte me niet uit. 

Ik moest STAAN met hoofdletters ja. 

Hup terug naar kantoor. 

 

En daar ging ik dan. 

Met klotsende oksels liep ik de trap op. 

Over 10 minuten zou ik een slecht nieuws gesprek voeren. 

Een medewerker die echt knalhard heeft gewerkt maar niet voldeed aan de eisen van

de leider van het team zou zo meteen van mij het bericht krijgen dat de

samenwerking werd verbroken.  

De reden waarom ik het gesprek zou doen en niet de leider was omdat het gesprek

uitgesteld werd.  

Wat ik overigens goed begreep want jeetje dit zijn echt niet de leukste dingen

om te doen. 

 

Maar ik dacht al die tijd maar aan 1 ding: 

Hoe zou ik het hebben gevonden als ik wel knalhard werkte, maar gewoon echt niet

aan de eisen van de leider kon voldoen en niemand zou mij dat vertellen? 

Oh nee, ik dacht aan 2 dingen: 

Hoe kan ik zo iemand nog in de ogen kijken, wetende dat ze weg moet omdat ze niet

voldoet aan de eisen en dit zelf nog niet weet.  

Nee. Dat wil ik niet. 

 

Ja het was een leuk mens. 

Ik ken niemand die zo hard werkte. 

En zoveel hart voor de zaak had. 

En voor het gezin. 

 

Ik kon het niet langer laten uitstellen. 

Dus ik heb het gedaan. 

Het hoofd van de afdeling Personeelszaken zat erbij. 

Niet om mijn hand vast te houden of zo.  

Maar uiteraard wel om in te kunnen grijpen als het mij niet zou lukken. 

Het was voor mij de allereerste keer dat ik zo’n gesprek zou voeren. 

 

Dit moment zal ik nooit meer vergeten. 

Ik heb nog even stevig mijn nieuwe hakken in de vloerbedekking gezet. 

In een flits nog even de kort maar krachtige instructies van het hoofd van de afdeling

Personeelszaken in mijn hoofd doorlopen. 

Ik liet haar het kantoor binnen en vroeg haar plaats te nemen. 

Ik sloot 2 seconden mijn ogen en haalde diep adem. 

Ik bood haar iets te drinken aan en kwam meteen to the point. 

Eerlijk. 

Puur. 

Weloverwogen. 

 

Ik bracht het slechte nieuws met de reden daarvan kort, krachtig en snel. 

En eindigde met waarom ik persoonlijk vond dat dit de beste keuze was. 

Het was voor beide partijen het beste. 

Ik weet dat ze het zeker wel in zich had. 

Maar nooit goed in haar rol zou komen bij haar huidige leidinggevende. 

Ik kon niet anders dan eerlijk zijn. 

Ik liet een stilte vallen. 

Dé allerbeste tip die ik van het hoofd personeelszaken had gekregen voor zulke

situaties. 

 

Want je hebt de neiging om juist dan te gaan praten. 

Veel te praten. 

Zodat niemand er met een woord tussen kan komen. 

Alsof dat het minder erg maakt. 

 

Ze moest huilen. 

Logisch. 

Ik had enorm veel zin om mee te huilen maar ik mocht niet huilen. 

Dat wist ik.  

Ik moest stil blijven. 

Wist ik ook. 

Dat was echt klote. 

Dat stiltemoment duurde een eeuwigheid. 

 

Je hoorde alleen haar snikken en het tikken van de klok. 

Ik kon me echt zo voorstellen hoe moeilijk het voor haar was. 

Maar ook hoe moeilijk het voor haar zou zijn als ze het nieuws thuis zou moeten

vertellen. 

Ze was boos en verdrietig. 

Logisch. 

 

Toen ze gekalmeerd was heb ik haar kort en krachtig geïnformeerd over hoe lopende

zaken over te dragen.  

En toen ze nog wat water had gedronken en ze gestopt was met huilen. 

Heb ik het gesprek afgerond en haar laten gaan. 

Thuis heb ik gehuild. 

Heel hard.  

Van de spanningen. 

 

De week erna was verschrikkelijk. 

Iedereen wist dat ik degene was die haar had ontslagen. 

Zo’n leuk mens was door mij ontslagen.  

Wat niemand wist is dat iemand anders dit al lang geleden had moeten doen. 

Ze verdient die eerlijkheid. 

Ze voldeed niet aan de eisen van die leider. 

Maar die leider had niet de kracht om haar na enkele gesprekken zelf te vertellen dat

de samenwerking zou stoppen. 

 

Die hele week was ik de boeman. 

Of nou ja, boevrouw dan. 

Maar ik wist dat dit voor alle partijen het beste was. 

En ik gunde deze medewerker eerlijkheid en duidelijkheid.  

Niet leuk allemaal maar in mijn hart wist ik dat dit het beste was. 

 

Zij wist dit ook. 

Ze kwam afscheid van mij nemen en gaf aan dat ze boos was. 

Niet zozeer op mij maar wel op hoe het gegaan is. 

Logisch.  

Ik heb haar heel veel succes gewenst en aangegeven dat ik weet dat ze het wel in zich

heeft en op een andere plek waarschijnlijk veel gelukkig zal worden.  

Ik gunde haar geluk. 

 

Toen ze weg was, is haar leidinggevende naar mij toegekomen. 

Hij heeft me bedankt. 

Voor het feit dat ik deze taak op me had genomen. 

Ik zei:”ok, maar weet dat ik heb gedaan wat jij al lang had moeten doen”. 

Ik zag heus wel dat hij het moeilijk had. 

Maar ik moest het zeggen.  

 

Dat was het moment waarop ik de commitment had gemaakt naar mezelf. 

Dat ik zulke gesprekken nooit meer voor iemand anders zou voeren. 

Dat ik anderen ooit wel zou helpen met hoe ze zo’n gesprek zouden kunnen voeren. 

En dat ik, in welke situatie dan ook, eerlijk blijf.  

Jaren later had ik mijn eigen bedrijf, mijn eigen team. 

En ik heb inmiddels al een aantal keren afscheid genomen van teamleden.  

 

Ik bracht het nieuws snel, kort, krachtig en empowerend. 

Elk teamlid waarvan ik afscheid heb genomen heeft me bedankt voor het fijne

gesprek. 

Voor de eerlijkheid en openheid. 

Niet altijd meteen hoor. 

Maar ik gaf tijd om na te denken over wat ik had gezegd. 

 

Dit voorval is voor mij een van de redenen geweest waarom ik later alles hierover

ben gaan leren. Maar ook alles over leiderschap en over A-spelers. 

Het voeren van zulke gesprekken vraagt leiderschap. 

Als je deze gesprekken niet vaak wil voeren, moet je zorgen dat je in elk geval

teamleden hebt die toppers zijn in hun werk, A-spelers, en ervoor zorgen dat je

regelmatig blijft reflecteren op jouw leiderschap.  

Natuurlijk kunnen er dan nog andere redenen zijn waarom iemand het team moet

verlaten. 

Voor mij was dat in de gevallen waar ik het hierboven over had, energie. 

Op het moment dat een teamlid niet meer de goede energie uitstraalt is het klaar. 

C-players make A-players B-players. 

Ik ben daar voor de start van de samenwerking heel erg duidelijk in. 

Zodat als ik dan toch een slecht nieuws gesprek moet voeren. 

Het direct helder is voor het desbetreffende teamlid. 

 

Heb jij weleens een slecht nieuws gesprek gevoerd?